top of page

De kaasboer

De kaasboer

Er was eens een kaasboer die geen kaas wilde verkopen. Dit wordt geen zoet sprookje maar een slecht verhaal. We waren dit weekend in Friesland. Na een gezellige familie-verjaardagsluch wilden we in de buurt nog even kaas en wat borrelhapjes halen. Dat had, achteraf gezien best, en misschien beter, in Groningen gekund. Maar ach, achteraf is altijd alles beter.  Ik loop de kaaswinkel in en zie twee meiden achter een lange toonbank. Ik kies wat zakjes met lekkere dingen voor m’n vader en loop naar de toonbank voor kaas. Geen van de beide dames maakte aanstalten me te helpen. Dus ik vraag, een tijdje te wachten,  maar eens of ik voor een stukje kaas eerst in de kassa-rij moet of bij haar eerst kaas moet laten afsnijden. Ik krijg een totaal verbaasde blik. En vervolgens een geïrriteerd: “nou als u tussendoor geholpen wilt worden kunt u hier afrekenen hoor” Ik zeg vriendelijk dat ik alleen even wilde weten waar ik wat moest halen. En dat ik een stukje kaas zoek vooral. Met een diepe zucht, ze rolde nog net niet met haar ogen, zegt ze dat ze me wel even wil helpen. Ik vertel over een kaassoort die ik altijd van dat merk koop in een ander filiaal en dat ik daar een stukje van wil hebben.

Haar blik wordt wat leeg:

“Die hebben we niet”

en vervolgens stilte.

“Eh…. Oké. Heb je dan iets wat er op lijkt? Beetje pittig, niet heel oude kaas?

“Tja mevrouw we hebben zoveel soorten. Misschien deze” en ze wijst naar een in plastic verpakt kaasje.

“Dat is pittig en niet te oud? Vraag ik nog

“Ja, dat zeg ik toch” en ze kijkt me inmiddels openlijk geïrriteerd aan. Handen in de zij.

“En daar kunt u een stukje van af snijden voor me?”

“Er liggen allerlei verpakte stukjes: die kunt u gewoon pakken”

Ik twijfel wat “Dus deze is pittig en niet te oud. En dat is het enige wat u heeft”

Stilte

En een lege, geïrriteerde blik.

Ik zucht. Deze dame is geenszins van plan me een beetje te helpen kiezen, een stukje te laten proeven of een stukje op maat voor me af te snijden. Sterker nog; ze wil me het liefst nix verkopen.

“Laat die kaas dan maar zitten. Ik reken de rest wel bij je collega af”

Ik moet zeggen dat m’n irritatie vast en zeker te horen is. Maar ze heeft zich al omgedraaid en is verder gegaan met rommelen. Ik betaal de hapjes voor m’n vader en loop door naar de volgende kaasboer. Kijken of hij me een stukje kaas wil verkopen. Dat wil hij. Ik mag zelfs, en dat helpt enorm in het koop-proces, even proeven of zijn kaas degene is die ik wil hebben. En dat was het geval.

“Mag ik een plat stukje?”

Verbaasde blik

“Plat?”

En vervolgens met een zwaar Fries accent: “Maar mevrouw dat kan niet; want kazen zijn immers rond”

Verbouwereerd reken ik m’n kaas af. Terwijl ik naar de auto loop, beloof ik mezelf om nooit meer in dit dorp of welk dorp in Friesland kaas te kopen.

Maar 'elk nadeel heb z’n voordeel' zei Cruijff altijd. Omdat ik zoveel tijd verspilde in de beide Friese kaas-winkels hadden de twee van mijn meest favoriete mannen in m’n leven alle tijd voor een mooi gesprek. Over liefde, en eerste ontmoetingen en dates, en over hoe je weer doorgaat nadat je hart is gebroken. Hierdoor smaakt zelfs deze kaas een stukje beter.




bottom of page